Wat heeft de privatisering van de elektriciteitssector ons eigenlijk opgeleverd?

Je hebt t vast al gelezen. Eneco, een van de grote aanjagers van de omslag naar schone energie dreigt verkocht te worden aan de hoogste bieder. Zonder garanties dat de duurzame koers en aanspreekbaarheid daarop overeind blijven.

Greenpeace wil dat er groene criteria gesteld worden bij verkoop. Daarvoor gaan we in belangrijke gemeenten steun verzamelen en onze stem laten horen. Maar, vraag je je misschien af, hoe kan het eigenlijk dat een gezond en duurzaam energiebedrijf als Eneco ineens in de verkoop gaat? Daarover schreef Joris Wijnhoven, campagneleider klimaat en energie van Greenpeace Nederland, dit opiniestuk. Hij plaatst de verkoop van Eneco in een historische context van privatisering, marktwerking - en marktfalen. Gaan we de omslag naar schone energie zo wel echt maken?

 

Wat heeft de privatisering van de elektriciteitssector ons eigenlijk opgeleverd?

De discussie rond de verkoop van Eneco is het slotstuk van een langdurige privatiserings- en splitsingsoperatie. Smalend wordt er afgerekend met gemeenten die ‘bedrijfje proberen te spelen’. De vrije markt kan immers alles beter: lagere kosten, meer efficiency, meer kwaliteit. Maar klopt dat nou wel? Met een aandeel van 6% komt de omslag naar schone energie bijvoorbeeld maar mondjesmaat van de grond. Wat heeft de privatiseringsoperatie in de elektriciteitssector ons eigenlijk gebracht?

In het klimaat van meer-markt-en-minder-overheid dat in de jaren negentig na de val van de Muur was ontstaan, zetten veel provincies hun energiebedrijven in de etalage. Achteraf gezien kun je stellen dat zulks dikwijls zeer lucratieve deals opleverde. Kopers betaalden goud geld voor centrales (en klantenkringen), die hen bij nader inzien stukken minder opleverden dan gehoopt. De nieuwe rijken onder de overheden soupeerden de miljarden op aan (infrastructurele) prestigeprojecten of potten de opbrengst op.

Ernstiger waren de gevolgen op de energiemarkt zelf, waar een heuse varkenscyclus uitbrak. De nieuwe, veelal buitenlandse spelers rekenden zichzelf rijk en starten de bouw van de ene na de andere centrale. Daarbij werd de afzetmarkt zwaar overschat. Het gevolg van die hausse aan fossiele centrales, is dat we tot op de dag van vandaag met een geweldige overcapaciteit zitten. Door het dure gas staan relatief schone gascentrales stil, terwijl vervuilende kolencentrales op volle kracht draaien. Over marktfalen gesproken. Opmerkelijk genoeg deed dit verschijnsel zich niet voor toen de overheid de stroomproductie nog controleerde en het aanbod veel soepeler en preciezer aansloot bij de vraag.

Marktwerking slaagt er evenmin in om de omslag naar schone energie serieus in gang te zetten. Niet gek, want bij de huidige, lage CO2-prijs kan stroom uit een zonnepaneel of windmolen nog niet helemaal uit. De vrije markt faalt hier, omdat we er nauwelijks in slagen de externe kosten van vervuiling door te rekenen in de energieprijzen. Correctie via het Europese emissiehandelssysteem mislukt, omdat de CO2-prijzen veel te laag zijn. Niks geen “vervuiler betaalt”.

Om die omslag toch te bewerkstelligen, moet de overheid hemel en aarde bewegen om marktpartijen zo ver te krijgen de bedrijfsactiviteiten in de gewenste richting te verleggen. Alleen via miljarden aan subsidie komen investeringen in schone energie los. In het Energieakkoord lieten eigenaren zich pas vermurwen oude kolencentrales te sluiten, toen daar het afschaffen van de kolenbelasting tegenover werd gesteld. Wie suggereert dat ook nieuwe kolencentrales een keer dichtmoeten, krijgt torenhoge schadeclaims in het vooruitzicht gesteld. Met de privatisering gaf de overheid het roer van de aard van onze elektriciteitsvoorziening grotendeels uit handen: de keus voor het opwekken van schone energie en het opgeven van fossiele capaciteit kan alleen nog indirect beïnvloed worden.

En voor wat eigenlijk? Zeker, overcapaciteit drukt de prijzen. Maar bij de maatschappelijke waarde daarvan kun je vraagtekens zetten. Wellicht leuk voor de consument, maar al bij al kan niemand blij worden van roestende centrales.

Terug naar de verkoop van Eneco dat nu nog in handen is van 53 gemeenten. Na de verplichte verkoop van hun netten, zat het eraan te komen dat de rest van de koopwaar ook in de etalage terecht kwam. Zonde, want publieke aandeelhouders met eigen klimaatambities kunnen zich permitteren minder op financieel en meer op duurzaam rendement te sturen. Het minste wat je nu nog mag verwachten, is dat de aandeelhoudende gemeenten de voorwaarde stellen dat een nieuwe eigenaar even ambitieuze klimaatdoelen heeft als de huidige concernleiding. Het zou toch bizar zijn als we ons enige grote energiebedrijf met serieuze milieuambities in handen laten vallen van een fossiele reus als Shell. Of Gazprom. Of willen we Poetin straks gaan smeken of hij alsjeblieft wil investeren in wind op zee?

Joris Wijnhoven,

Campagneleider klimaat en energie Greenpeace Nederland