De whole school approach: duurzaam van knutselwerk tot profielwerkstuk

Het leukste werk van Greenpeace? Educatie wat mij betreft…. En dat vinden jullie als voorlichter misschien ook wel. Al 5 jaar mag ik, samen met bevlogen stagiairs en voorlichters, het onderwijs een beetje groener maken. Heel soms sta ik zelf voor de klas. Een nieuw project of workshop uitproberen. Pubers in bedwang houden en samen op zoek naar een definitie van duurzaamheid: waar gáát het eigenlijk over? En waarom is het relevant voor mij? Ik wil gewoon geld verdienen, nieuwe kleren kopen en een snelle smartphone.

 

Vaker sta ik voor (groepen) docenten. Docenten die onze groene ambitie steunen. Maar vaak niet precies weten waar ze moeten beginnen. Of waar ze de tijd vandaan moeten halen. Of docenten die graag draagvlak willen binnen hun school. Van collega’s of van hun schoolbestuur.

 

Ik hoorde zelf voor het eerst van de ‘whole school approach to sustainability’ van hoogleraar Arjen Wals. Het is zo logisch en tegelijkertijd voelt het op scholen nog heel ver weg. Het idee: duurzaamheid moet op elk niveau terugkomen. Van de les, tot aan de inrichting van het klaslokaal en schoolplein, tot de visie van de school. En in verbinding met de buitenwereld, door duurzame (lokale) vraagstukken binnen te halen bijvoorbeeld.

Een apart schoolvak zal duurzame ontwikkeling nooit worden. Maar er zijn wel veel plekken in het onderwijs waar je duurzame vraagstukken een plek kunnen krijgen. Natuurlijk omdat de actualiteit een plek heeft in het onderwijs, we hebben op de klimaattop in 2015 afgesproken dat we streven naar maximaal 1.5 graad opwarming. De UN stelde de Sustainable Development Goals op, die in 2030 een eind maken aan armoede, ongelijkheid en klimaatverandering. Dus er ligt ook een verantwoordelijkheid bij scholen, docenten en leerlingen.

 

Bij sommige schoolvakken is er veel aandacht voor duurzaamheid en bij andere totaal niet. Terwijl duurzame vraagstukken ook context bieden voor leerlingen om aan belangrijke vaardigheden te werken. Zo zijn er de ‘21e eeuwse vaardigheden’ waar leerlingen leren om kritisch en probleemoplossend na te denken. In het basisonderwijs spelen de vaardigheden ‘onderzoeken en ontwerpen’ een steeds belangrijkere rol. Duurzame vraagstukken, zoals de energietransitie of onze consumptie van vlees en zuivel, kunnen gebruikt worden om leerlingen een relevante leercontext te geven. In het voortgezet onderwijs spelen de Technasia hierop in met projectgericht onderwijs en het vak ‘Onderzoeken en ontwerpen’.

 

Ook burgerschap is een thema waar scholen iets mee ‘moeten’. Veel docenten weten niet eens dat dit een verplicht thema is op school. Wat dacht je van een lesje ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ van Greenpeace? Wanneer zou je wél de wet mogen overtreden? En gelden er dan ook regels?

 

Gelukkig zien we dat steeds meer scholen stappen nemen om hun onderwijs te verduurzamen. Sinds vorig jaar is Greenpeace ook aangesloten bij de coöperatie Leren voor Morgen. Een groeiende club van organisaties en scholen die de transitie naar duurzaam onderwijs willen versnellen. Er is een groeiende vraag vanuit scholen en een groeiend aanbod vanuit de coöperatie. Samen komen we er wel!

 

Wat is jouw wens, droom of ambitie voor het onderwijs? Wat kan Greenpeace in het basis- en middelbaar onderwijs nog meer doen of anders? En wat kunnen jullie als voorlichter meer of anders doen? En wat heb je daarvoor (van ons) nodig? Ik ben benieuwd!